Experts

Prof. dr. T.A.M.J. van Amelsvoort

Thérèse van Amelsvoort (Den Haag, 1966) studeerde geneeskunde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Na het artsexamen (1991) was ze twee jaar werkzaam als Medical Advisor voor psychopharmaca op de afdeling Drug Safety & Pharmacoepidemiology bij CibaGeigy (Basel, Zwitserland). In 1993 volgde ze het eerste jaar van haar opleiding tot psychiater in het Centre Hospitalier du Luxembourg (Luxemburg), welke vanaf 1994 aan de Maudsley & Bethlem Royal Hospital (Londen) gecontinueerd werd. In 1996 behaalde ze het membership of de Royal College of
Psychiatrists, waarna ze tot 2002 als klinisch onderzoeker aan de Department of Psychological Medicine van de Institute of Psychiatry (Londen) werkzaam was en neuroimaging onderzoek deed bij ontwikkelingsstoornissen (met name velocardiofaciaal syndroom), en op het gebied van oestrogenen in relatie tot hersenstructuur / -functie. Sinds 2002 was ze werkzaam als psychiater bij de Adolescentenkliniek in het AMC te Amsterdam. In 2004 promoveerde ze op ‘’Brain structure and function in velocardiofacial syndrome with and without psychosis’’. Sinds 2006 was ze tevens werkzaam als psychiater voor mensen met een verstandelijke beperking binnen Amsterdam. Ze was lid van de Raad van Advies voor Continuüm Psychiatrie (tot 2007), en is lid van de landelijke van Gelderen werkgroep (Somatische Oorzaken van Zwakzinnigheid). Op wetenschappelijk gebied houdt ze zich bezig met neuroimaging, genetica en neurofarmacologische challenges in velocardiofaciaal syndroom, psychose en hoogrisico populaties. Sinds 2012 is ze als hoogleraar transitiepsychiatrie verbonden aan de universiteit van Maastricht en als psychiater werkzaam bij Mondriaan.


Dr. T.K. Birkenhäger

Tom Birkenhäger (Amsterdam, 1959) studeerde geneeskunde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Na het artsexamen (1984) volgde hij de opleiding tot psychiater van 1986 tot 1991. Van 1991 tot 1993 werkte hij op de afdeling sociale psychiatrie bij Riagg centrum-west te Rotterdam. Van 1993 tot 2002 werkte hij als psychiater op de klinische depressie-afdeling van P.C. Bloemendaal (tegenwoordig: Parnassia) te Den Haag. Hij verrichtte daar onderzoek naar de biologische behandeling van opgenomen patiënten met een depressie. Van 2002 tot 2003 was hij werkzaam op de afdeling psychiatrie, zorglijn stemmingsstoornissen van het UMC Utrecht. Sinds maart 2003 is hij werkzaam op de zorglijn Stemmingsstoornissen van de afdeling psychiatrie van het Erasmus MC te Rotterdam. In 2004 promoveerde hij, samen met W.W. van den Broek, op Treatment of depressed inpatients: Efficacy and tolerability of a fourstep treatment algorithm. Hij was lid van de werkgroep voor de multidisciplinaire richtlijn “Depressie bij volwassenen” (2005). In 2006 ontving hij de ECT Investigator’s Award van de redactie van het Journal of ECT voor het artikel “oneyear outcome of psychotic depression after successful ECT”. Hij is lid van de Werkgroep ECT Nederland (WEN) en van de werkgroep voor de richtlijn ECT. Sinds 2001 maakt hij deel uit van de redactie van de website www.psychiatrienet.nl, voor de rubriek Depressie. Op gebied van wetenschappelijk onderzoek houdt hij zich vooral bezig met de farmacologische behandeling van ernstige depressie, electroconvulsietherapie en de methodologie van behandelingsstudies.


Prof. dr. R.C. Oude Voshaar

Richard Oude Voshaar (1973) werkt als psychiater/hoogleraar ouderenpsychiatrie aan het UMC Groningen (UMCG). Hij is opleider voor het aandachtsgebied ouderenpsychiatrie in het UMCG en hoofd van het zorgprogramma Ouderenpsychiatrie van UMCG. Dit zorgprogramma omvat een kliniek, deeltijd, algemene poli, geheugenpoli met Neurologie en een liaisonfunctie bij Intern Geneeskunde/ Geriatrie). Daarnaast is hij o.a. voorzitter van de afdeling ouderenpsychiatrie van het Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en redactielid van het Tijdschrift voor Psychiatrie. Zijn wetenschappelijke interesse ligt op het terrein van het klinischepidemiologisch onderzoek naar depressie, angst- en somatoforme stoornissen bij ouderen. Hierbinnen is hij met name geïnteresseerd in de interactie tussen deze psychiatrische ziekten en lichamelijke en cognitieve verouderingsprocessen.


Dr. A.M. Ruissen

Andrea Ruissen (1981) studeerde geneeskunde in Maastricht en filosofie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Ze combineerde haar opleiding tot psychiater bij GGZ in Geest met een promotietraject bij het VUmc. Haar proefschrift droeg de titel ‘Competence in obsessive compulsive disorder – an empirical ethical study’. Zij werkte als fACT-psychiater in de stad Goes, als forensisch psychiater in de regio Zuid-Holland en sinds 2018 als ziekenhuispsychiater bij HMC+ te Den Haag. Haar (onderzoeks)interesses zijn wilsbekwaamheid, moreel beraad, hulp bij zelfdoding en euthanasie in de psychiatrie, herstel, professionaliteit en verantwoordelijkheidsverdeling, diagnostiek & classificatie en literatuur & geneeskunde. Zij houdt zich onder de naam Amedea bezig met bij en nascholing voor (zorg) professionals, onder andere op het gebied van ethiek in de psychiatrie. In de cursus zal zij de onderwerpen kwalitatief onderzoek en de juridische en ethische aspecten van wetenschappelijk onderzoek doen voor haar rekening nemen.


Prof. dr. A. Schellekens

Arnt Schellekens is hoogleraar psychiatrie en verslaving aan Radboudumc Nijmegen. Naast zijn klinische werk in de patiëntenzorg is hij wetenschappelijk directeur van het onderzoeksinstituut voor verslaving in Nijmegen (Nijmegen Institute for Scientist Practitioners in Addiction), waar zes regionale verslavingszorginstellingen bij aangesloten zijn. Zijn onderzoek concentreert zich op de volgende thema’s: doorgronden van biologische mechanismen die bijdragen aan verslavingsgedrag, onderzoek naar verslaving en psychiatrische comorbiditeit en ontwikkelen van nieuwe meer gepersonaliseerde behandelingen voor verslaving. Tevens is hij hoofddocent binnen de opleiding tot landelijke verslavingsartsen en coördineert hij de landelijke opleiding verslavingspsychiatrie voor psychiaters en AIOS psychiatrie.

In zijn onderzoek combineert hij basale wetenschap, zoals bijvoorbeeld genetisch onderzoek, neuro-imaging en dierexperimenteel onderzoek met klinisch onderzoek. Daarbij staat de scientist practitioner centraal, teneinde een goede vertaalslag te kunnen maken van onderzoeksuitkomsten naar de klinische praktijk en klinische dilemma’s te vertalen naar (basaal) wetenschappelijke vraagstellingen.


Dr. J.R. Zinkstok

Janneke Zinkstok (1975) werd opgeleid tot psychiater bij het AMC in Amsterdam, en combineerde haar opleiding met wetenschappelijk onderzoek naar genetische aspecten van psychose. Nadat ze in 2008 haar opleiding en promotie had afgerond, werkte ze in Londen als klinisch onderzoeker bij the Institute of Psychiatry, waar ze imaging onderzoek deed bij volwassenen met autisme. Vervolgens werkte ze enkele jaren als psychiater bij the Maudsley Hospital in Londen, en specialiseerde zich in diagnostiek en behandeling van autisme en ADHD bij volwassenen. Na enkele jaren in de GGZ gewerkt te hebben, werkt ze sinds 2018 bij de Afdeling Psychiatrie van het UMC Utrecht, waar ze klinische taken combineert met wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Haar aandachtsgebieden zijn psychotische stoornissen en autismespectrumstoornissen bij (jong)volwassenen, en psychiatrische comorbiditeit bij genetische syndromen met speciale belangstelling voor het 22q11 deletiesyndroom. Naast haar reguliere werk is ze redactielid van het Tijdschrift voor Psychiatrie en actief bij de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. In de Corsendonkcursus praat Janneke de cursisten bij over onderzoeksmethodes en ontwikkelingen op het gebied van de psychiatrische genetica.

Back to Top